De Tweede Kamer in Nederland vormt samen met de Eerste Kamer de Staten-Generaal. De Tweede kamer is het belangrijkste bestuursorgaan wat betreft nieuwe wetten maken en het controleren van de regering. De Staten-Generaal of in België het Federaal Parlement met de Kamer van Volksvertegenwoordigers (Tweede Kamer) en de Senaat (Eerste Kamer). Het parlement in Frankrijk met Assemblée (Tweede Kamer) en de Senaat, of de wetgevende macht in Duitsland met de Bondsdag (Tweede Kamer) en de Bondsraad (Eerste Kamer). Door een Tweede Kamerlid zijn vragen gesteld over elektrogevoeligheid aan de overheid in Nederland.

De tweede kamer
De Tweede Kamer is in Nederland het belangrijkste bestuursorgaan. De Tweede Kamer controleert de overheid in Nederland en maakt wetten. De partijen in de Tweede Kamer worden door en uit het Nederlandse volk gekozen.

Vragenuur
Onderwerpen van belang, onderwerpen waar onrust onder de Nederlandse bevolking over is, bereiken de Tweede Kamerleden, als volksvertegenwoordigers. De Tweede Kamerleden kunnen elke donderdag mondeling deze vragen indienen en de voorzitter van de Tweede Kamer kiest de vragen die een antwoord krijgen op dinsdag om 14.00 uur in het vragenuur.

Interior of the Dutch parliament

In de Tweede Kamer
Sinds maart 2017 zit Jhr. M.R.H.M. (Maurits) von Martels in de Tweede Kamer namens het CDA. Hij neemt deel aan de commissies ruimtelijke ordening met de onderwerpen:
-Infrastructuur en Waterstaat;
Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;
de commissie financieel-economisch met als onderwerp: Economische Zaken en Klimaat.

Draadloos gebruik
In Nederland geeft vijf procent van de mensen aan elektrogevoelig te zijn geworden voor elektromagnetische velden door het beleid van de Nederlandse overheid. Technische electromagnetische velden door mensenhanden gemaakt. Velden die vrijkomen bij het massale draadloos gebruik, wat de overheid toejuicht. Draadloos gebruik door alle zendmasten in Nederland dat in 2017 oploopt naar 50.000 zendmasten. Draadloos gebruik van wifi, smartphones, tablets, slimme meters, internet der dingen en alle apparaten die nodig zijn voor slimme steden. Von Martels: “Ik spreek mensen die amper de dag door kunnen komen omdat ze klachten krijgen van deze onzichtbare elektromagnetische golven in de lucht. Die wonen in afgeschermde huizen om de straling buiten te houden. In Nederland geen plek meer kunnen vinden om stralingsvrij te kunnen wonen en moeten dan vluchten naar een stralingsvrije plek in het buitenland”.

Vragen aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Op 9 november 2017 zijn hier vragen over gesteld door Tweede Kamerlid Von Martels (CDA) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (I en W), mevr. Stientje van Veldhoven (D66). Vragen over elektromagnetische velden en Elektrohypersensitiviteit (elektrogevoelig. Mevr. Van Veldhoven heeft o.a. het maken van beleidsanalyses op gebied van milieu, natuur en ruimte in haar portefeuille.

Eerste vraag
“Bent u ermee bekend dat in Nederland geen of weinig voorzorgsmaatregelen
worden genomen ten aanzien van elektromagnetische straling in vergelijking
tot andere landen?”

Het antwoord van de staatssecretaris van infrastructuur en waterstaat, mevr. S. van Velthoven-Van der Meer is gegeven op 6 december 2017. Het antwoord is:
“Het Rijksbeleid is gebaseerd op de meest actuele wetenschappelijke inzichten.
Onlangs heb ik u mijn reactie op het advies van de Gezondheidsraad over mobiele telefonie en kanker aangeboden. Een wetenschappelijk verband tussen gebruik van een mobiele telefoon en gezondheidseffecten is volgens de Gezondheidsraad onwaarschijnlijk. Het is mij bekend dat landen verschillend omgaan met de beschikbare kennis over gezondheidseffecten van radiofrequente elektromagnetische velden op lange termijn, en dat zij in hun beleid verschillende keuzes maken tussen wetenschappelijk bewijs, sociale, economische en politieke argumenten.
Hierbij merk ik op dat in Nederland de Europese aanbeveling (1999/519/EG) ter bescherming van de bevolking tegen de mogelijke schadelijke effecten van elektromagnetische velden wordt gevolgd. In deze aanbeveling worden blootstellingslimieten gehanteerd die door de International Commission on Non-Ionizing Radiation (ICNIRP) zijn aanbevolen. Deze ICNIRP-blootstellinglimieten bevatten een ruime veiligheidsmarge, zodat ook rekening gehouden wordt met ouderen, kinderen en mensen met een zwakke gezondheid”.

Tweede vraag
“Hoe geeft u invulling aan het advies van de Gezondheidsraad om de
blootstelling aan mobiele telefonie zo laag als redelijkerwijs mogelijk te
houden en de effecten te blijven onderzoeken”?

Het antwoord is:
“Naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad heb ik, samen met de
staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, besloten om het lopende
cohortonderzoek op dit terrein na 2017 voort te laten zetten. Hierdoor wordt
eraan bijgedragen dat er in de toekomst met meer zekerheid conclusies kunnen
worden getrokken over gezondheidseffecten van mobiele telecommunicatie op
lange termijn. Ook omdat het gebruik van communicatietechnologie aan snelle
verandering onderhevig is, blijft het verzamelen van gebruiksgegevens van
belang. De Gezondheidsraad geeft in zijn advies over mobiele telefonie aan dat een
verband tussen gebruik van mobiele telefoon en gezondheidseffecten
onwaarschijnlijk is. Omdat de waarde van maatregelen om de blootstelling aan
radiofrequente elektromagnetische velden te verminderen onduidelijk is, voorziet
het beleid niet in dwingende maatregelen om het gebruik van mobiele telefoons te
beperken. Zoals aangegeven in mijn reactie op het advies van de Gezondheidsraad, dat ik mede namens de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat naar de
Kamer heb gestuurd, zijn met de telecomsector de mogelijkheden besproken om
op vrijwillige basis blootstelling aan elektromagnetische velden zo laag als
redelijkerwijs mogelijk te houden. De telecomsector heeft hierop aangegeven dat
met de doelstelling van een goed bereik tegen lage kosten een bijdrage wordt
geleverd aan een zo laag mogelijk energieverbruik en daarmee aan een zo laag
mogelijke blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische velden.
Daarnaast is in het Antenneconvenant 2010 – dat de afspraken tussen de
Rijksoverheid, gemeentes (VNG) en de operators van mobiele netwerken bevat
om de zorgvuldige plaatsing van bouwvergunningvrije antennes te borgen – de
afspraak opgenomen dat de operators ervoor zorg dragen dat de blootstelling van
de bevolking aan elektromagnetische velden zo laag als redelijkerwijs mogelijk is.
Verder voorziet het beleid in voorlichting over elektromagnetische velden. Zo is op
de website van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden toegankelijke
informatie te vinden over hoe men zelf bij het gebruik van apparatuur blootstelling
aan elektromagnetische velden kan verminderen”.

Derde vraag
“Ziet u mogelijkheden om richtlijnen te geven om elektromagnetische straling
redelijkerwijs zo laag mogelijk te houden? Zo ja, op welke wijze? Zo nee,
waarom niet”?

Antwoord:
‘Een verband tussen radiofrequente elektromagnetische velden en effecten op de
gezondheid op de lange termijn is onwaarschijnlijk. Zoals aangegeven in het
antwoord op vraag 2 is de waarde van maatregelen om de blootstelling aan
radiofrequente elektromagnetische velden te verminderen, onduidelijk. Er is dan
ook geen aanleiding om richtlijnen vanuit de rijksoverheid op te leggen.
Wel voorziet het beleid in het beschikbaar zijn van toegankelijke informatie via de
website van het Kennisplatform Elektromagnetische Velden, het RIVM en via het
Antennebureau. Iedereen die in dit onderwerp geïnteresseerd is, kan hier
toegankelijke en betrouwbare informatie vinden”.

Vierde vraag
“Wordt in het beleid betreffende elektromagnetische velden rekening
gehouden met onderzoeken waaruit blijkt dat elektromagnetische velden
naast opwarming van weefsel ook andere schadelijke biologische effecten op
celniveau kunnen veroorzaken? Zo ja, op welke wijze”?

Antwoord:
“De adviezen van de Gezondheidsraad vormen een belangrijke basis voor het
beleid ten aanzien van radiofrequente elektromagnetische velden. In het meest
recente advies heeft de Gezondheidsraad zowel epidemiologische als
dierexperimentele gegevens systematisch geanalyseerd, waarbij ook gelet is op de
kwaliteit van de onderzoeken. Bij het beoordelen van effecten van blootstelling
aan elektromagnetische velden wordt onderscheid gemaakt tussen biologische
effecten en gezondheidseffecten. Pas als biologische effecten zo sterk zijn dat
deze niet meer door het lichaam kunnen worden opgevangen, is sprake van een
gezondheidseffect. De Gezondheidsraad concludeert dat er geen bewijs is dat
langdurige of herhaalde blootstelling aan radiofrequente elektromagnetische
velden, zoals die van mobiele telefonie, kanker kan veroorzaken”.

Vijfde vraag
“Is er sprake van een toename van elektrohypersensitiviteit in Nederland”?
“Welke gegevens zijn hierover bekend”?

Antwoord:
“In de Volksgezondheid Toekomst Verkenning wordt voor een groot aantal ziekten
en aandoeningen het voorkomen in Nederland beschreven. Deze Verkenning wordt
periodiek uitgevoerd. Elektrohypersensitiviteit is niet opgenomen in de meest
recente verkenning uit 2014. Mij zijn verder geen andere bronnen bekend die
over betrouwbare informatie beschikken als het gaat om het aantal mensen dat
gezondheidsklachten ervaart als gevolg van bronnen van elektromagnetische
velden”.

Zesde vraag
“Bent u, met het oog op het rapport «Meewegen van gezondheid in het
Omgevingsbeleid*» van de Gezondheidsraad dat adviseert om bij complexe en
onzekere risico’s belanghebbenden te betrekken, bereid een inspanning te
doen om belanghebbenden weer aan tafel te krijgen bij het kennisplatform
Elektromagnetische Velden en Gezondheid door het platform meer bij hun
wensen aan te laten sluiten”?

*Een kennisbericht van de Gezondheidsraad (Gr) welke in 2016 gestuurd is naar het ministerie I en W, om klachten en ziektes veroorzaakt door milieufactoren verder terug te dringen. Het is volgens de Gr nodig om striktere normen in de regelgeving op te nemen die zijn gebaseerd op gezondheidskundige advieswaarden.

Antwoord:
“Het Kennisplatform Elektromagnetische velden en Gezondheid is een
samenwerkingsverband tussen het RIVM, TNO, DNVGL, Agentschap Telecom, GGD
GHOR Nederland, ZonMw en Milieu Centraal. Het Kennisplatform duidt op een
onafhankelijke wijze wetenschappelijke informatie over elektromagnetische
velden. Het uitgangspunt hierbij is dat burgers en professionals deze informatie
kunnen gebruiken om hun standpunten ten aanzien van elektromagnetische
velden te bepalen. Daarnaast beantwoordt het Kennisplatform vragen van burgers, overheden en bedrijfsleven over elektromagnetische velden. Ook faciliteert het Kennisplatform de interactie tussen de betrokken partijen, waaronder maatschappelijke organisaties. Ik hecht er belang aan dat alle partijen zoveel mogelijk bij de activiteiten van het Kennisplatform betrokken worden. Het Kennisplatform beoogt bij de uitvoering van zijn taken een zo breed mogelijk publiek te bereiken. Hierbij past het niet dat de inspanningen van het Kennisplatform specifiek op één groep belanghebbenden gericht zijn”.

Uitsterfbeleid
De overheid in Nederland houdt er rekening mee dat er jaarlijks een x-aantal verkeersdoden te betreuren zijn. Is het beleid ten opzichte van elektromagnetische velden dan ook zo dat er rekening mee gehouden wordt dat wanneer ze maar dwars liggen en niet eerlijk zijn, de elektrogevoeligen verdwijnen uit Nederland? Of moeten ze eerst zelf elektrogevoelig worden voordat hun zienswijze iets breder wordt? Hopelijk worden ze tijdig wijs!