Wat te doen als er een zendmast komt?

De onrust onder de direct betrokkenen is groot wanneer een telecomprovider bekendmaakt dat er een mast in de buurt komt. Een grote mast van 40 meter in het landschap is visueel niet mooi en het is anno 2017 nog steeds niet duidelijk of de frequenties die worden uitgezonden door de antennes schade kunnen veroorzaken voor mens, flora en fauna. De overheid zegt van niet maar er zijn veel wetenschappers die het tegendeel beweren. Het traject dat een telecomprovider moet aangaan om een vergunning te krijgen kan lang zijn. Vooral wanneer er bezwaren komen.

Straling
Aan elektromagnetische velden wordt iedereen elke dag blootgesteld. Gelukkig maar want anders zou er geen leven zijn. We hebben de natuurlijke elektromagnetische straling nodig om mens te kunnen zijn, om te kunnen leven. De kunstmatige straling van zendmasten, mobiele telefonie, magnetrons, smartwatches, smartbrillen en alle draadloze apparatuur, is gemaakt door mensenhanden en dat heeft de mens niet nodig om te leven. Wel om onder andere draadloos te communiceren. Anno 2017 is er onrust onder de bevolking of deze straling wel zo veilig is voor mens, flora en fauna. Wetenschappers staan lijnrecht tegenover elkaar in deze materie. De ene groep wetenschappers waarschuwt voor de grootste pandemie ooit en de andere groep wetenschappers zegt dat er niets aan de hand is. Hoe zit dat met de plaatsing van zendmasten in ons land?

Antenneconvenant
Als onderdeel van het nationale antennebeleid is er in 2002 een antenneconvenant gesloten tussen de Rijksoverheid, de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en de providers (anno 2016 zijn dit: KPN, Vodafone, T-Mobile en Tele2). Dit eerste antenneconvenant is in 2010 aangepast. De providers zijn vertegenwoordigd in Monet (een vereniging die namens providers de plaatsing van antennes afstemt met de overheid). In het antenneconvenant zijn afspraken gemaakt als:

5 meter of minder
Antennemasten die kleiner dan 5 meter zijn (vaak op daken), kunnen vergunningsvrij geplaatst worden maar moeten wel getoetst worden aan het bestemmingsplan van de gemeente. De gemeente start na het indienen van de plannen van de provider een instemmingsprocedure op. De bewoners ontvangen een informatiepakket en kunnen aangeven of zij het eens zijn met de plaatsing van de antenne. Eventueel kan er ook een informatiebijeenkomst worden georganiseerd. Een informatieavond met een uitleg van de voorstanders van een mast (de GGD die onder ander zegt dat er niets aan de hand is) en de tegenstanders van een zendmast (de wetenschappers die zeggen dat het wel terdege een biologisch effect op de gezondheid heeft). Als meer dan 50% van de stemgerechtigde personen van het complex tegenstemt, gaat de plaatsing van de mast niet door. Niet reageren betekent instemmen!

5 meter of meer
Wanneer de mast waaraan de antennes worden bevestigd hoger is dan 5 meter moet er een lichte bouwvergunning aangevraagd worden. Voor masten die hoger zijn dan 40 meter moet een reguliere bouwvergunning worden aangevraagd door de provider. Wanneer de mast waar een vergunning voor nodig is, niet binnen het bestemmingsplan past, zal een procedure opgestart worden in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Bij zendinrichtingen waarbij een bouwvergunning nodig is, geldt een inspraakprocedure, want belanghebbenden hebben het recht om bezwaar te maken. De gemeente kan eveneens een voorlichtingsavond geven (door de GGD) voor omwonenden, maar is dit niet verplicht.

Blootstellingslimiet
Providers moeten zorgen dat de geplaatste antennes aan de blootstellingslimieten voldoen.

Plaatsingsplan
Providers moeten elk jaar een plaatsingsplan naar de gemeenten sturen. Een plaatsingsplan voor gemeenten om ze op de hoogte te houden over waar antennes staan of komen te staan. Door het antenneconvenant zijn gemeenten formeel geen partij maar kunnen wel bemiddelend optreden tussen burger en provider.

In aanmerking komende locaties voor een mast
Vaak wordt er een extern bureau ingehuurd door de telecomprovider om meerdere opstelpunten te zoeken, wanneer is besloten dat er een zendmast gaat komen. Als er een nieuwe mast gebouwd gaat worden is sitesharing (meerdere providers) een vereiste. Wanneer duidelijk is dat sitesharing niet mogelijk is moet gekeken worden naar plaatsing op mogelijk:
•Hoge gebouwen. Een flatgebouw, kerktoren, watertoren of WAS-mast (waarschuwings- en alarmeringssysteem). Voorwaarde is wel dat er geen andere hoge bebouwing of hoge bomen in de omgeving staan die het zendbereik negatief beïnvloeden. In het antenneconvenant is vastgesteld dat eigenaren van monumenten of kerken eisen kunnen stellen (vanwege lokale welstandseisen) aan de kleur van de techniekkast, de bekabeling en de gevelantennes.
•Hoogspanningsmasten. Dit heeft een minimale impact op het ruimtelijk beeld.
•Infrastructurele punten. Punten als langs snelwegen, op- en afritten van snelwegen, langs een spoorlijn, rivieren, benzinestation, parkeerplaats of viaduct. Een mast heeft dan een relatief weinig storende uitwerking op het ruimtelijke beeld.
•Grote terreinen zoals een sportcomplex, voetbalveld of industrieterrein. De antennemasten zijn goed met de terreinverlichting te combineren.
•Sinds het Tweede Kamerdebat over mobiel bereik van 112 is geweest, moet een betreffende gemeente in principe medewerking verlenen aan het verzorgen van voldoende dekking in de betreffende gemeente. Bereikbaarheid via de digitale (snel)weg vormt een belangrijk speerpunt. De overheid heeft bepaald dat antennes zonder vergunning geplaatst mogen worden en bovendien mag de gemeente gebruik maken van de C2000-mast van de politie en de brandweer om antennes aan op te hangen. Bij de plaatsing van een vergunningsplichtige mast wordt vooraf zorgvuldig gekeken naar een geschikte locatie en zoveel mogelijk rekening gehouden met alle belangen; belangen zoals scholen waar kinderen zijn of mensen met een pacemaker.

Locaties die in principe uitgesloten zijn
•Plaatsing in de directe nabijheid van waardevolle bebouwing en bouwwerken die wettelijke bescherming hebben (zoals beschermde dorpsgezichten en monumenten).
•Plaatsing in parken, bosgebieden en natuur waar beschermende flora of fauna te vinden is. In principe is dit niet toegestaan, vanwege de onnatuurlijke associatie die een mast in een natuurgebied geeft. Kijk naar de fauna en flora. Wat staat er op de Nederlandse Rode Lijst en wat staat er in de Flora- en faunawet (de Nationale Databank Flora en Fauna)? De Flora- en faunawet regelt wettelijk de bescherming van dier- en plantensoorten. Van de Rode lijstsoorten hoopt de overheid dat betreffende organisaties bij hun beleid en beheer rekening houden met flora en fauna, zodat ze over tien jaar niet meer bedreigd zullen zijn en dus van de Rode lijst af kunnen.
•In straalpaden waarbij de masten hoger zijn dan de maximaal toegestane hoogte. Straalpaden dienen ter bescherming van telecommunicatieverbindingen.
•In gebieden die zijn aangemerkt als laagvliegzone. De plaatsing van antenne-installaties mag de veiligheid van het vliegverkeer niet in gevaar brengen. Het plaatsen van GSM-masten is hier in principe uitgesloten en wordt afgeraden.
•In woongebieden, wanneer de niet als veilig geldende afstand in acht genomen kan worden.
•Milieubeschermingsgebieden en in de zonering rond de radiotelescopen van Westerbork/Hooghalen en Dwingeloo.

Voordat er een vergunning komt
Wanneer dit alles in kaart is gebracht krijgt de gemeente een bericht welke mogelijke locaties geschikt zijn om er een mast neer te zetten. Dan gaat de provider gesprekken aan met de grondeigenaren om een eindoordeel te geven. Wat je zelf kunt doen om geen mast in de omgeving te willen:

Het hoofdkantoor van de betreffende provider bellen en vraag of de opstelpunten al bekend zijn.
-Contact leggen met de gemeente. Burgemeester en wethouders van de betreffende gemeente kunnen -uitleggen hoe het plaatsingsbeleid in elkaar zit, hoe de keuze van een plek tot stand komt en welke afwegingen gemaakt worden.
-Burgervader. Een gesprek met de burgemeester als burgervader aanvragen. Zo leren ze je kennen en weten het belang voor jezelf en/of jouw kind en/of gezin.

De meest gunstige plek
Wanneer de opstelplekken bekend zijn uitrekenen (met Google Earth of Google Maps), hoe groot de afstanden van de woonhuizen tot de geplande mast (opstelpunten) zijn. Deel de meest gunstige oplossing met de gemeente.

Meting
Voordat de mast geactiveerd wordt een meting te laten verrichten door een meetspecialist, die meet volgens de Standard der Baubiologische Messtechnik 2015 (SBM). De SBM-2015 is bedoeld als richtlijn en de officiële norm die in Nederland gehanteerd wordt (de ICNIRP/blootstellingsnormen) ligt duizend maal hoger en de straling blijft dus altijd onder de norm. Na de activering van de mast nog een keer laten meten. Het verschil is misschien nodig als bewijs.

Bezwaar maken
Na de aanvraag van de provider bij de gemeente, die het plaatst in de plaatselijke krant, bezwaar maken binnen de aangegeven tijd. Meestal is dit zes weken.

Draagvlak
In de tijd van bezwaar maken, zorgen voor een zo groot mogelijk draagvlak van mensen die bezwaren hebben. Hier zijn gratis flyers over te downloaden bij de stichting EHS, onder ‘publicaties’.

Actie
Een handtekenactie van tegenstanders verzamelen en aanbieden aan de eigenaar, gemeente of provider. In een stad is het gemakkelijker om handtekeningen te verzamelen dan op het platteland.

Publiciteit zoeken
Zoek publiciteit door onder ander de media in te schakelen. Schrijf onze Nederlandse ministers, staatssecretarissen of/en de Koning. Blijf netjes en duidelijk, maak de uitleg niet te lang en gebruik niet teveel linken. Kort en krachtig.

Worden de bezwaren afgewezen, dan rest slechts een gang naar de bestuursrechter (of dreiging) en in uiterste instantie de Raad van State. De telecomproviders willen namelijk zo snel mogelijk de mast bouwen en bezwaarschriften, naar de rechtbank of zelfs naar de Raad van State geeft veel vertraging, en dat hebben providers liever niet.

Wat is de aanbevolen afstand van een zendmast tot een woning?
De veilige afstand is volgens het antennebureau sinds 2002, drie meter voor mensen. De veilige afstand betekent recht vóór een antennemast staan, dus niet de afstand van de mast tot bijvoorbeeld woningen. In 2015 stelde de Gezondheidsraad dat antennemasten voor mobiele telefonie steeds sterker worden door 4G en 4G+ en dat de regel van drie meter afstand daarom niet altijd meer geldt en niet genoemd staat op het Antenneregister. Het Antenneregister plaatst maandelijks geactiveerde masten op het Antenneregister en hier kun je zien waar de zendmasten in jouw buurt staan. Wanneer je uitgaat van het voorzorgsbeginsel is de aanbevolen afstand tussen een woning en een zendmast minimaal 400 meter.

Het voorzorgsbeginsel
Het voorzorgsbeginsel is een internationale zorgvuldigheidsnorm. Het is een internationale afspraak die gemaakt is tijdens de milieuconferentie in 1992 en 2000 in Rio de Janeiro. Het voorzorgsbeginsel zegt: ”Bij een concrete verdenking van schadelijkheid voor de gezondheid door nieuwe technieken dient direct gereageerd te worden en niet afgewacht te worden tot de, vaak moeilijk te bewijzen, oorzaken naadloos vastgesteld zijn”. Er zijn geen wetenschappelijke bewijzen dat het de gezondheid geen ernstige of onomkeerbare schade geeft, dus het voorzorgsbeginsel zou in moeten gaan.

De Nederlandse overheid heeft echter gekozen om het voorzorgsbeginsel niet toe te passen wat betreft de gezondheidsschade die de elektromagnetische velden van een zendmast met zijn antennes zou kunnen veroorzaken. Ze vinden dat er niet genoeg bewijs is om aan geven dat het gezondheid wél schaadt. Een gemeente kan echter wel besluiten en om het voorzorgsbeginsel toe te passen, in afwachting om meer duidelijkheid in deze krijgen, wat de gezondheid betreft. De afstand van een zendmast met antennes ten opzichte van bebouwing mag dan niet kleiner zijn dan 400 meter afstand en waarbij de stralingsdichtheid minder dan 10 microwatt per vierkante meter geldt. In 2016 zijn er gemeenten die wel over zijn gegaan om het voorzorgsbeginsel te handhaven waaronder Haarlemmermeer, Amersfoort, Oosterhout, Eindhoven, Nijmegen, Haaksbergen, Barendrecht, Etten-Leur en Lelystad. Het is dus zo dat er wetenschappelijke onzekerheid moet heersen om het voorzorgsprincipe toe te passen.

Omgevingswet in 2019
Op 1 juli 2015 heeft een ruime meerderheid van de Tweede Kamer van het kabinet Rutte II, ingestemd met de Omgevingswet. In 2016 stemde ook de Eerste Kamer in met het wetsvoorstel. Daarna volgde direct de publicatie in het Staatsblad. Verder moet er een invoeringswet en een invoeringsbesluit komen. Een invoeringswet is een begeleidende wet bij de invoering van een nieuwe wet en regelt hoofdzakelijk juridisch-technische overgangsaspecten. De Invoeringswet Omgevingswet zal naast het intrekken van bestaande rechten, ook een aantal inhoudelijke wijzigingen van de Omgevingswet regelen. Dat zijn:
de regeling voor planschadevergoeding,
de regeling voor punitieve handhaving (de ‘vervuiler’ betaald),
de verankering van het digitaal stelsel omgevingswet (DSO),
de gefaseerde omgevingsvergunning voor het bouwen,
de introductie van de omgevingsplanactiviteit.

Normen
Het Nederlandse beleid is gebaseerd op internationale en nationale afspraken en geeft voor verschillende milieugebieden normen. Normen die voorkomen in de Omgevingswet over:
1.luchtkwaliteit
2.geluidsbelasting
3.stankhinder
4.elektromagnetische velden komend van de mobiele telefonie en zendmasten.

4. Elektromagnetische velden komend van de mobiele telefonie en zendmasten
De International Commission on Non-Ionizing Radiation Protection (ICNIRP) heeft als taak om de veiligheidsnormen van elektromagnetische velden te bepalen. De veldsterkte mag niet hoger zijn dan wat de ICNIRP heeft bepaald. Deze richtlijnen zijn bepaald in 1998, naar aanleiding van een thermisch effect (opwarmingseffect) van elektromagnetische velden op een zak zout water. De doelstelling was hoeveel straling er nodig is om de zak zout water van 72 kg door straling op te warmen. De uitkomst was dat in zes minuten de zak water met 1 graad opwarmt. Hier is geen rekening gehouden met biologische- en/of neurologische effecten op een organisme. De limieten moeten zo veiligheid geven voor de gezondheid wat betreft elektromagnetische velden in het frequentiegebied van 0 Hertz tot 300 Gigahertz.

Bronnen en referenties
•http://www.stopumts.nl/doc.php/Juridische%20Informatie/3730/belgi%EB_rechter_verbiedt_gsm-mast_wegens_gezondheidsrisico
•http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/historie/Beuningen/327635/327635_1.html
•http://www.stopumts.nl/doc.php/Artikelen/9742/_veilige__afstand_tot_een_zendmast
•http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Deventer/14195/14195_1.html
•http://monet-info.nl/plaatsingsprocedure-0
•http://www.stopumts.nl/doc.php/Artikelen/9742/_veilige__afstand_tot_een_zendmast
•http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Deventer/14195/14195_1.html
•http://www.earth-matters.nl/5/5853/gezondheid/4goflte-mobiel-internet-en-wifi-de-grootste-pandemie-ooit